Jan de Ruiter

Capita Selecta

Conclusies en vragen


Het geloof in paranormaliteiten is een zeer hecht geheel, omdat het de resultante is van een respectabel aantal factoren, van combinaties van deze factoren en ook van wisselwerking tussen deze factoren. De vraag kan dan ook gesteld worden of het geloof in paranormaliteiten wel ooit zal verdwijnen.

 

Belangrijker is echter eerst de vraag in hoeverre het ook gewenst zou zijn dat het geloof in paranormaliteiten verdwijnt. Wat biedt het mensen en wat onthoudt het mensen? En in hoeverre kan het schadelijk zijn?

Deze vraag is nog niet zo eenvoudig te beantwoorden. Wat is er gevaarlijk aan dat iemand in spoken gelooft? Of in UFO’s? Geloof in de ontkenning van de holocaust daarentegen brengt zeker risico’s met zich mee voor de maatschappij. Homeopathische middelen gebruiken bij tamelijk onschuldige aandoeningen kan waarschijnlijk geen kwaad. Maar “ingestraald” water nemen bij darmkanker is spelen met de dood. Tv-programma’s over het zgn. zesde zintuig kunnen gezien worden als amusement, maar het wordt riskanter als daar ook kinderen bij betrokken worden. Zo kunnen we nog een hele tijd doorgaan. Het is duidelijk dat er risico’s zijn. Maar dit is nog niet voldoende om te concluderen dat een samenleving beter af zou zijn

zonder geloof in paranormaliteiten.

 

Welke mechanismen zouden kunnen bijdragen aan het verminderen van het geloof in paranormaliteiten?

Ook op deze vraag is geen eenvoudig antwoord te geven. De Regt en Dooremalen (10, blz. 7) stellen dat het tandem wetenschap plus educatie een “antigif” zou kunnen zijn. Verondersteld dat deze optie zou kunnen werken, dan is de af te leggen weg echter bij lange na niet eenvoudig: eerst bereiken van draaagvlak bij de diverse stakeholders, vervolgens besluitvorming over partiële hervorming van het onderwijs, daarna implementatie. Alleen de eerste twee stappen behelsen in feite al een brede maatschappelijke discussie.

 

Illustratief voor de moeilijkheid om het geloof in paranormaliteiten te bestrijden is ook het volgende. Met enige regelmaat zien we op tv een discussie over het onderwerp reguliere geneeskunde versus alternatieve geneeswijzen (kwakzalverij). Het resultaat is altijd hetzelfde: vaak fel (en soms bitter) discussiërende vertegenwoordigers van de reguliere geneeskunde tegenover (stug) volhoudende vertegenwoordigers uit de alternatieve hoek, met vaak bijval uit het publiek voor de laatste categorie. De reguliere medici realiseren zich onvoldoende dat ze hier een onbegonnen strijd voeren tegen minstens 37 tegenzittende factoren en dat de discussie eerder in hun nadeel uitpakt!

 

Bij het geloof in paranormaliteiten gaat het veelal om het geloof dat er nog andere werelden, andere energieën, andere krachten, andere vermogens en andere kennisbronnen zijn. Het geloof in paranormaliteiten komt, kort samengevat, eigenlijk neer op het geloof dat er meer is tussen hemel en aarde en dat er meer samenhang in de dingen is dan wij weten. Het geloof in paranormaliteiten heeft daarmee een sterk religieuze dimensie. De zgn. transcendente verleiding (Kurtz) en de behoefte aan religie liggen dicht bij elkaar.

Er is echter wel een belangrijk verschil. Geloof in paranormaliteiten is per definitie onverenigbaar met reguliere wetenschap. Geloof in de zin van religie kan zich echter wel verdragen met reguliere wetenschap. Religie kan gezien worden als het antwoord op de meest abstracte en generale vraag die de mens kan stellen en onontkoombaar ook stelt: waartoe dient het geheel der dingen? De reguliere wetenschap geeft hier niet alle antwoorden. De astronomie levert wel theorieën over het ontstaan van het heelal en over ruimte en tijd, maar het begin van ruimte en tijd vallen eigenlijk buiten ons denkvermogen. De evolutietheorie verklaart hoe uit het begin verschillende soorten zijn ontstaan, maar niet het begin zelf. Meer algemeen geldt dat de reguliere wetenschap vragen overlaat die waarschijnlijk niet door de reguliere wetenschap beantwoord kunnen worden. Tussen wetenschap en geloof ontstaat pas een moeizame relatie als religieuze teksten te letterlijk geïnterpreteerd worden.